Historie

Het begin van het Kangoeroe Dweilorkest:

Het was het begin ?
Een woeste hucht met berkenbomen, kuilen en afgravingen grenzend aan een akker met kromme zandpaden. Bouwplannen houden er menigeen bezig en er moet diep in de buidel worden getast. De Rabobank steekt de helpende hand toe, waarmee het Loveringbos de bijnaam Rabobos krijgt. Dat was in 1978. Met het carnavalsfeest in aantocht gaan enkele pioniers, waaronder Marinus Ebbing en Dick Willemse, de buurtversiering organiseren. Vlaggetjes moeten er komen. Ieder huis moet een buurtvlag en een buurtbord krijgen. Er moet een monument komen en er moet wat worden gedaan bij de ingangen van de wijk. De naam? Het Loveringbos gaat Kangoeroebos heten want lege buidels maken hoge sprongen.

In de jaren daarna gaat de nieuwe buurt ook meedoen aan de optocht. Er wordt vergaderd in de Korenmolen. Ideeën krijgen vorm. Mannenploegen zwoegen in koude hallen en vrouwen doen het naaldwerk in warme kelders. Menig lid van het toen nog niet bestaande dweilorkest is hierbij actief: Naast de pioniers zien we Theo Derksen, Henk Koopmans, Cor van der Wiel, Eef Koenders, Gerrit ten Kleij. Carnaval leeft in het Loveringbos.

We staan stil bij 1982. In de hal staat de wagen klaar en de kleding voor de optocht is af. De vlaggetjes zijn opgehangen, de buurtvlaggen wapperen, de huizen zijn versierd en de kangoeroes staan op sokkel. Het is carnavalszaterdag en daar verschijnt een opgetogen groep met trommels, fluitjes en sommigen hebben er zelfs een muziekinstrument bij, die de buurt doorbateren. Enige namen: Gerrit ten Kleij, Ronald ten Kleij, Theo Derksen, Peter Derksen, Henk-Jan Koopmans, Peter Duckers, Jean-Pierre Scholten. Ze gaan diverse adressen af, men doet zich te goed aan de borrel en de erwtensoep en er wordt gesproken en nagedacht over een echt dweilorkest.

Als de zomer van 1982 erop zit, met het komende carnaval in het verschiet wordt er weer gesproken over een dweilorkest. Het zou te mooi zijn als we muzikaal iets meer zouden kunnen doen dan bij het afgelopen carnaval. De meesten bespelen echter geen instrument. Maar dat moet toch te leren zijn, al was het maar een melodie. Dat moeten wij toch kunnen. Theo Derksen is bereid de muzikale leiding te geven en Gerrit ten Kleij ziet het helemaal zitten.
De tekst hierna is letterlijk overgenomen uit het oprichtingsverslag van Gerrit ten Kleij d.d. 1-12-82:

Op zondag 3 oktober 1982 om 11.00 uur wordt ten Huize van Gerrit ten Kleij een dweilorkest opgericht. Aanwezigen Gerrit ten Kleij, Theo Derksen, Henk Koopmans, Klaas de Redder, Cor van der Wiel, Hennie Duckers. Besloten wordt dat de technische leiding bij Theo Derksen zal liggen en de verdere organisatie bij Gerrit ten Kleij. De volgende vergadering vindt plaats op 16-10-1982 om 11.00 uur bij Cor van der Wiel. Daar wordt met meerderheid van stemmen de volgende naam voor het orkest besloten:
KANGEROE DWEIL ORKÈS

Het orkes bestaat uit de volgende leden:
Th. Derksen Klarinet
P. Derksen Klarinet
H. Koopmans Ventiel Trombone
C. v.d.Wiel Ventiel Trombone
K.d.Redder Hoorn
G.t.Kleij Tuba bas
H.Duckers Diep trom
E.Koenders Bekkens
Repetities worden bij de G.T.W. Immenhorst gehouden en wel om de veertien dagen ingaande 31-10-82 0m 11.00 uur.

De volgende speeldata zijn bekend:
12-2-83 Zaterdag middag (onthulling monument)
12-2-83 Zondagochtend (buurt dweilen)
13-2-83 Zondagmiddag (grote optocht)
14-2-83 Maandag. (stad dweilen)

Het orkest gaat zich vervolgens opwerken naar haar eerste optreden, en de pioniers Marinus en Dick sluiten zich ook aan bij het orkest. De buurt maakt voor het eerste optreden bij carnaval 1983 een prachtig vaandel, waarop het jaartal 1983 wordt geborduurd. Onze vaandeldrager Danny Duckers mag het vaandel ten doop houden, als het door Prins Joep I (De schoonvader van Henk Velthausz) in de Korenmolen met bier wordt ingewijd. Gerrit ten Kleij zorgt voor veel variatie in adressen die we aandoen. Zoals alle cafés, ook Jan Verheij te Lengel wordt niet te vergeten, het bejaardentehuis, en als we een keer doldriest het toen nog bestaande politiebureau inmarcheren, worden we met de arrestantenbus weer thuis afgeleverd. Henk Koopmans zorgt in die begintijd, voor de financien, het schriftelijke werk, de PR en heel belangrijk voor het bier. We herinneren ons nog een uitnodiging in Zevenaar, iedereen was alweer ingestapt, als Henk met een blad bier naar buiten komt (de bonnetjes waren nog niet op).

De muzikanten:

Bij de oprichting en vlak daarna vormen vaders (veertigers) met hun zonen wonend aan de Driekoningen de eerste leden van het orkest. Een verzameling van jeugd en volwassenen. De helft geboren en getogen in de streek. De andere helft zou je goed ingeburgerde import kunnen noemen. . In het dagelijkse leven wordt op uiteenlopende terreinen de kost verdient, onder andere in de infrastructuur, de logistiek, de financiën, het onderwijs, de volksgezondheid en de landsverdediging.

Het geheel is een boeiend stel karakters. Bij de repetities is men steevast te laat, bij de uitleg wordt er doorheen gepraat, getrommeld of getoeterd, en er wordt slecht geluisterd, soms tot wanhoop van de dirigent. Een enkeling laat de muziek voor wat het is en blaast zijn eigen melodie. Heeft er iemand de leiding bij dit clubje met anarchistische trekken? Jawel, degene die zorgt voor de muziek, de arrangementen en optredens krijgt enig gezag. En uiteraard krijgen de dirigenten dat ook. En verder per gelegenheid. Zij verdienen veel respect voor hun vasthoudendheid. Petje af!
Muzikaal is er uiteraard niveauverschil. Velen zijn pas na hun veertigste met muziek begonnen terwijl anderen al vanaf hun jeugd blazen. Per sectie is er gelukkig wel een lid die de overigen een beetje op sleeptouw kan nemen. Daarnaast hebben we in het orkest leden die zeer talentvol zijn en hun bijdragen als zodanig leveren bij het uitkiezen van de muziek, de arrangementen, het dirigeren of het schrijven van muziek.

In het bestaan van het orkest is er verloop onder de muzikanten geweest. De jeugd trekt weg. Er zijn verhuizingen of men gaat zich te oud voelen. En zo is er ruimte voor nieuwe leden ontstaan. Gaandeweg is de toelating verruimd en zijn ook geïnteresseerden buiten het Loveringbos welkom om mee te spelen. Dat was hoognodig omdat er een dood punt is geweest. En ieder die dit punt heeft meegemaakt zal het mij eens zijn dat door en met de komst van Harrie Peters dit dode punt is overwonnen, en het orkest nieuw leven is ingeblazen.

Er zijn nu achttien leden, waaronder één vrouw: de eega van Harrie Peters: Christa. Van die achttien wonen er zes in het Kangoeroebos. Van de acht leden bij de oprichting zijn er nu nog drie verbonden aan het orkest, Theo Derksen als dirigent, Cor van der Wiel en Eef Koenders als blazers, maar Marinus die iets later is ingestapt mag je er gerust bijrekenen. In totaal is er een namenlijst van 40 mensen, die lid zijn of lid van het orkest zijn geweest (zie de bijlage).
De muziek
Bij de oprichting was het idee om maar één melodie uit het hoofd te leren. Al snel na ‘Roodborstje tikt tegen het raam’ bleek dat er meer in zat, ziehier het eerste repertoire: Mientje (!), ‘s-Heerenberg trekt van leer, De jagers, Den Uyl is in den olie, Es gibt kein Bier auf Hawai, Zandzakken voor de deur, Kikkerkarnaval, Adam sloeg Eva, Daar staat een paard in de gang, De oude Sint-Jan, Oom Joop ole, ‘t is fijn om hier te leven, Boer Harms, Zulk ‘n goeie, en Wij hebben dorst. Alles unisono.

Daarna wil men meerstemmige muziek. Het orkest gaat Egerlanders, Rheinlanders en Tirolers blazen. Marinus en Theo reizen speciaal daarvoor naar Trier of was het Keulen om een serie boekjes met Duitse muziek aan te schaffen. Rauschende Birken, Schneewalzer en Rosamunde komen op het repertoire. Bömischer wind en Kannst du Knödel Kochen gaan klinken en de Tiroler Holzhacker Bub’n wordt ingestudeerd. Herzilein en ook Wenn dass so weiter geht worden graag gespeeld.

Het orkest stort zich vervolgens op de meer lokaal bekende melodieën. De plantage, Mien bed, Over en out, Wiekens volkslied, Verget niet te leave en Mooi was die tijd. Dit laatste nummer wordt met graagte en zoveel gespeeld dat dat bij het publiek aanleiding gaf om ons zo te gaan noemen. Kiek, daor hei-j Mooi is die tijd ook weer.

Het aantal melodieën groeit snel, we gaan nummeren. Vellen met plaknummers worden uitgedeeld. Theo, wat spelen we? Nummer acht!. Er moet worden gehernummerd. Muziek vertoont twee nummers, een geplakt, de ander geschreven. Mientje nummer 18 maar ook C2. En Herzilein de nummers 64, C8 en 12. Er is ook nog een P-serie, waarin het populaire slavenkoor is opgenomen. Elk jaar worden de systemen vernuftiger en de uitleg uitgebreider.

Bekende marsen komen op het repertoire: Glaudeamus Igitur, Great Brittain, Kaiser Wilhelm.
En moderne arrangementen Mocking bird hill, Sweet Caroline, Lambada, Now is the moment en South of the border.
De smartlappen De Clown, Manuela, Rood zijn de rozen en De vlieger.
Power muziek: Marmer Stein und Eisen bricht, Sloop John B, Zeeman en Yesterday man.
Maar ook: Griechischer Wein en Zuutjes aan.

Elk jaar weer wordt er muzikaal opgewerkt naar het carnaval door zorgvuldig de muziek uit te kiezen en deze serieus in te studeren. Thans wordt door de het bestuur, de datacommissie en de muziekcommissie alle muziek netjes ingedeeld in setjes en vervolgens per email bekend gesteld, alles gericht op een juist verloop van de optredens. Maar wees niet verrast als een dag van te voren nog nieuw muziekstuk door de brievenbus wordt gefrommeld. Harrie, wat spelen we? Setje een.

De repetities:

De eerste repetities worden op zondagmorgen gehouden onder leiding van Theo op zijn directiekantioor van de GTW. Gelijktijdig gaan de muzikaal nog ongeschoolden proberen ergens les te krijgen. Het eenvoudigst is dat door lid te worden van Crescendo. Maar dat kan moeilijkheden opleveren voor de toekomst. (En die zijn er ook geweest). Particulier les nemen kan ook maar dat is erg duur. Sommigen hebben kinderen op de muziekschool en bedingen als tweede of derde lid van het gezin korting. Zo heeft men op diverse wijzen zijn muziekles, zonder zich te willen verplichten aan een ander orkest.

De vorderingen bij de repetities zijn navenant en hebben een gunstig verloop. Het marcherend leren musiceren viel even tegen. Dat werd voor het eerst geprobeerd in een hal van de GTW en met een hoop gestuntel en gelach ondergingen we de eerste gewenning. En zo heeft Theo het orkest rijp gekregen voor jarenlange plezierige optredens. Veel later heeft Harrie nog eens een poging gedaan ons de Harrie-mars te leren marcheren
Er komt dan een moment dat het goed is dat een andere dirigent eens wordt losgelaten op het anarchistische stelletje kabaalmakers. Gerrit Klein Hulze wordt bereid gevonden.

Hij is onder meer een bekende trombonist van de beroemde Doetinchemse Big Band formatie en hij heeft al wat ervaring als dirigent van een dorpsorkest in Schaarsbergen. Onder de vlag van de muziekschool gaat Gerrit aan de slag en weet zowaar ons muzikale peil omhoog te brengen. Dit ondanks de ondermaatse eigenschappen van de muzikanten. Gerrit toont zich ruimhartig. Bovendien is hij een sociaal mens en regelmatig van de partij als er iets te beleven valt. Hulde!.

Na jaren zijn er andere verplichtingen voor Gerrit en moet het orkest helaas afscheid van hem nemen en komt voor hem Tonnie Weikamp in de plaats. Het orkest gedraagt zich wat beter, waardoor Tonnie serieus aan de slag kan gaan. De muzikale puntjes komen op de i te staan. En opnieuw is er vooruitgang. Nu nog op tijd komen.

Zowel bij Gerrit als bij Tonnie is Theo Derksen, als onze trouwe spil aan het orkest verbonden gebleven door om de andere week de repetities te doen. Daarnaast gaat ons talent Edmond Velthausz, die zijn sporen bij Crescendo en als dirigent van Tied Zat heeft verdiend, steeds meer invloed krijgen op ons presteren, onder meer door zonodig de directie op zich te nemen.

De instrumenten:

De trompetten en de trombones alleen leveren een te scherp en te hard klankbeeld op. Daarom prijzen wij ons gelukkig te beschikken over een degelijke bezetting in de sectie saxofoon en de sectie hoorns. Waarmee ons orkest zich onderscheidt. De ritmesectie is ooit begonnen met een trommel en stel deksels. Velen herinneren zich oud lid Wim Beldman, wiens trommelritmiek indruk maakte bij ieder die het hoorde en zag. Inmiddels is de sectie uitgebreid met nog een trommel, die bovendien is voorzien van de nodige Caribische ritme details. En verder hebben we een grote trom. Op topsterkte kunnen we beschikken over twee bassen. Opgeteld zijn dat 3tr+3sa+3Tr+2ho+2ba+1gt+2tr+1bk is totaal 17 instrumenten. Al deze moesten worden aangeschaft en dat is gebeurd. Sommige hebben al het derde exemplaar.

De bas hebben we in het begin geleend van de muziekschool, want zo’n bas kost groot geld. Ineens werd ons het medegebruik onverbiddelijk en hardvochtig verboden. Daar viel niet meer over te praten. We hebben dat kunnen oplossen door een sponsoring richting de muziekschool, tijdelijk om te buigen naar ons orkest voor een tweedehands bas. Jammer dan, dat er toen ineens wel viel te praten.

Het vorenstaande illustreert dat je je instrument moet koesteren. Niets is vervelender is dat hij het tijdens een optreden begeeft. We herinneren ons hoe Cor’s schuif tijdens een iets te enthousiast blazen van ‘Mientje’ eens in het zand belandde, en hij naar huis kon om hem schoon te maken. Er zijn risico’s, maar het publiek een keer op de trom van Antoine Bosch, of Christa’s en Tieme’s trommels laten slaan kan geen kwaad, een keer Harry Geven’s deksels laten bedienen kan wel eens uitmonden in een niet meer oorspronkelijke bolling.

Men dient echter op zijn hoede te zijn voor feestgangers die toch o zo graag eens een keer willen blazen. Leg je treut daarom altijd zonder mondstuk weg. Sommigen komen het je echter gewoonweg smeken. En als dat toevallig zo’n blauwogige blondine of bruinogige brunette is, kunnen we wel eens zwak worden. Nou vooruit dan, een keer, maar voorzichtig. Ja, klaboem daar ligt ie dan gedeukt, of de schuif heeft plots een zwaar punt. Inspectie van de onderscheidenlijke treuten op deuken etcetera geeft een indicatie welk lid hier het meest door de knieën is gegaan.

Ja, we zijn zuinig op onze spullen, bijvoorbeeld tijdens een pauze, bergen we hem op of leggen we hem ergens veilig neer?. We leggen hem ergens veilig neer!. Een tafel, een verwarming, naast een kast, buiten op een heg, op een struik, achter een struik, achter de stoel. Alleen Peter neemt trouw zijn trombone-standaard mee. We herinneren ons Wilfried die voor zijn sax een extra veilig plekje zoekt tijdens de vierdaagse-intocht in Malden. Naast ons vertoefd een familie, pa, ma, kinderen en oma die in een klapstoel wordt gestationeerd. Wilfried, onbewust van de technische staat waarin de klapstoel verkeert, beoordeeld de plek onder de stoel als veilig en vertrouwd aan deze plek zijn sax toe. Helaas voor Wilfried begeeft de stoel het en daarmee zijn sax.

Carnaval – De optocht

Het verzamelen. Met de optocht ben je al gauw van twaalf uur tot zes uur op pad. Ik bedoel je krijgt eerst het verzamelen. Het verzamelen is een van de onderdelen die bepalend zijn voor de sfeer bij carnaval en die bijdragen aan het gevoel of het feest geslaagd is of niet. Er wordt tijd voor uitgetrokken, niet alleen omdat iedereen sowieso een kwartier te laat is. Verzamelen is dus belangrijk voor het orkest.

Vanouds werd er verzameld bij Theo of bij Marinus. Men ging er naar binnen, er werd voor kapitalen achterovergeslagen, er werd gekletst, er werd gespeeld en dan na een uur of zo werd er op pad gegaan. Toen Henk Velthausz en Marcel de Roo in de stad gingen wonen, ontstonden daar ideale verzamelpunten. En dat werden ze ook.

Bij Marcel en Martina worden we met een niet te overtreffen gastvrijheid getrakteerd op een soort van brunch met koffie, broodjes, soep, bier en jaegermeister.

Bij Henk en Ans, waar de keet uitpuilt, omdat Tied Zat er ook verzamelt, gaat het er net zo gastvrij aan toe. Fantastisch!. Mooie momenten. Op een strategische plek heeft zich nog een prominent verzamelpunt ontwikkeld waar inmiddels fijne momenten zijn geweest en het aan niets heeft ontbroken. We hebben het over Wilfried en Christy Linssen die halverwege Kangoeroebos en de stad zijn gaan wonen. Hulde.

Het dweilen. De optocht uitlopen hebben we wel eens in het begin gedaan, maar dat duurde te lang en het was niet leuk. Per slot van rekening gaat het om de lol. We willen het publiek en ons zelf vermaken. Daarom dweilen we als de stoet zich aan het opstellen is en het publiek nog staat te wachten. We spelen wat op de Stokkumse weg, lopend of stilstaand al naar gelang het uitkomt. We doen wat leuks op de hoek, daar staat altijd veel publiek. Als Tied Zat er aan komt spelen we wat samen en we zorgen dat de weg vrij is als de Wiksbössels decibellend komen aanmarsen.

We acteren nog wat op de Zeddamse weg en spelen Mientje ter hoogte van Bakker Dijkman omdat het daar zo lekker klinkt. Als de eerste wagen er aan komt begeven wij ons in de richting van Heitkamp. We laten ons uitgebreid fotograferen in de buurt van de Snor en verwijlen enige tijd waar de TV-camera staat. (Te denken geeft dat we nooit onze opnamen zien, maar wel die van de Wiksbössels, het orkest, dat na ons is opgericht). We lopen in de richting van Heitkamp. En dat in een tempo dat ons nog net niet kan worden verweten dat we de optocht ophouden (Willem Evers zal dit overigens bestrijden). Daar proberen wij wat op krachten te komen, waarna we weer de stoet induiken en meebateren tot ongeveer Otto Hageman om, soms onder protest van het publiek, daar een doorsteek te maken richting stad en na het toespelen van de prins en de burgemeester bij het stadhuis, gereed te zijn voor Heitkamp.

Heitkamp. Terwijl de stoet zich verder aan het ontbinden is, gaat ons orkest naar Heitkamp, waar de beslagen en de door konten gewiste ruiten de drukte voorspellen. De vaste muzikant orgelt zijn liedjes, de menigte deint en zingt. Het geoberde en getheekte bier zijn vindt zijn weg, vrouwen doen er op de heren hun plas en mannen doen dat buiten in het gras. Wij laveren onze instrumenten boven het gewring naar achteren. Oud jeugdlid Jean-Pierre schuift aan met zijn sax naar de plek waar traditiegetrouw meer muzikanten vertoeven. De kleding, die nu erg warm gaat zitten, gaat op de hoop en vrije stoelen, tafels en richels worden bestegen om de instrumenten in een vrije en veilige richting te krijgen.

De liedjesorganist wordt tot pauze bewogen en dan is het achterzaaltje even het centrum van de wereld, waar een van de het hoogtepunten in de ‘s-Heerenbergse carnavalscultuur gaat beginnen. De met volle kracht geproduceerde carnavals noten, tonen, slagen worden geabsorbeerd door de feestgangers die meezingen en meedeinen met de melodie. De trombones teisteren de trommelvliezen en de balken buigen onder de beukende slagen. Boze geesten slaan op de vlucht. Steeds weer wordt er aanstekelijk een nieuwe melodie inzet. De liedjesorganist in de voorzaal voelt de concurrentie en als even een pauze valt, begint hij. Dat is natuurlijk niet de bedoeling der feestgangers. De verzamelde orkesten zetten in, waarop de halsstarrige muzikant in de voorzaal, de armgebaren van Dick Willemse negerend, niets anders weet in te brengen dan het volume open te draaien.

Zo bateren de orkesten in de voorzaal en achterzaal tegen elkaar op. Het feest is echt compleet als de volumeknop nog een streepje hoger wordt gezet en de stoppen het begeven. Onder gejuich wordt er voortgeblazen, notoire valsspelers vinden nu spontaan de juiste toon, Eef Koenders beblaast zijn trompet met een hand in de zak en de boekjes worden aan de kant gesmeten. Dit gaat zo door totdat de energie op is en het orkest weer naar huis gaat. Prachtig om mee te mogen maken!

Het lappen:

Omdat we niet voor de moneten optreden, maar voor ons plezier, moet er altijd geld bij, er moet gelapt worden. We lappen voor de eerste keer bij het verzamelen en dan zonodig later nog een keer, enzovoort. Degene bij wie we lappen zorgt voor het bier, wat geen eenvoudige opgave is. Je moet goed kunnen rekenen, tellen en onthouden wie wat besteld heeft en dat onder zware en wisselende omstandigheden.

Je moet verder behendig zijn om met een blad vol door het gefeest te kunnen manoeuvreren. Alleen de geschiktsten kunnen dat. Henk Koopmans was zo’n kunner en toen hij ons orkest verliet verloren we niet alleen een begenadigd trompettist, maar viel er ook een gat in het hiervoor beschreven financiële en logistieke proces. Ben Kreeftenberg was onze tweede. Sinds kort is hij genoodzaakt de deksels aan de kant te doen en moeten wij hem niet alleen daarom en het bier missen maar ook om de vrolijke stemming die hij altijd teweeg wist te brengen. Hulde aan deze twee heren.
We zitten eigenlijk steeds nog met de vacature. En dat is een groot probleem, want je kunt niet zeggen, dan drink je maar niet…

Het mag immers verondersteld worden als algemeen bekend te zijn dat musiceren gepaard gaat met een groot vochtverlies. Speciaal voor de blazers. Kijk maar eens op de vloer van de oefenruimte na een uurtje repeteren. Repetities mogen daarom niet te lang duren en dienen altijd te worden afgesloten met een bezoek aan de Snor of aan Heitkamp.

Ook optredens dienen altijd te geschieden in de nabijheid van een café om het vocht op peil te houden. Desondanks heeft de Gelderlander ooit eens als nieuws menen te moeten brengen, dat ons orkest zich opvallend veel ophield in de buurt van café Jansen. Nou jaaa zeg! Bekijk eens een foto van een dweilorkest. Of ze hebben een instrument in de hand of een glas. Deze krant heeft dus geheel geen weet van ons muzikantenleed. We vermoeden dat Erik Meuleman hier de boosdoener is geweest en om verdere blunders te voorkomen, door de krant als straf, voor vast bij ons orkest is gedetacheerd.

Het probleem van de vacature dient nog steeds te worden verholpen. Frans heeft bewezen dat je goed bij hem kan lappen, maar die zit met zo’n onhandelbare bas. Ad interim lappen we nu bij Harrie Peters, omdat hij toch al op de centen moet letten, maar deze duizendpoot heeft al zo veel om op te letten. Vrijwilligers voor!

De optredens:

Gaanderen staat ons allen nog helder bij. Het was nog in de unisono-tijd, met melodieën als ‘er staat een paard in de gang’. Onze spil en dirigent Theo Derksen kon niet mee en Robert Kraaijeveld zou invallen om de grote trom te slaan. De bedoeling was twee keer optreden ter opluistering. We werden er echter ontvangen als ’het avondvullend orkest’, onze plek was reeds ingericht en er moest interactief worden gespeeld met de president etc., zoals Montagne dat doet bij onze pronkzittingen. Vlot spelen konden we toen nog niet, we kampten nog met onze amazuur, er werd vals gespeeld en er werd te zacht gespeeld. We hebben alles gegeven. Een vreselijke ervaring.

Beek, het Heuveltje, een grote zaal met voor mijn gevoel wel duizend mensen en een voorruimte met tap, als wachtruimte. Eerst even indrinken en inblazen en dan op afroep de zaal in, en nog een keer. Vele jaren opgetreden. Prima!

Nieuw-Wehl. Een prachtig versierde feestzaal. Alle mensen zijn er verkleed en gaan verwoed de polonaise lopen als we de eerste tonen laten klinken. Ze krijgen er geen genoeg van. Deze leuke zaal hebben we vele jaren bezocht.
Velswijk, we worden gehaald en gebracht, er is een zaaltje voor de instrumenten en een voorzaaltje met de theek en gezellige mensen die in de meest vreemde uitdossingen feestvieren. Hoe gekker, hoe leuker. Op een seintje de zaal in. Een plekje zoeken waar nog licht valt op de muziek. Feestvieren. Polonaise. Nog even patat eten voor we terug gaan. Waar blijft Ben Kreeftenberg?

Arnhem Klimmendaal. Via Martin Hermsen zijn we er terecht gekomen toen zijn vrouw daar voor revalidatie was. We maken er muziek voor het plezier van de revaliderenden, in afwisseling met een boerenklumpkes orkest. We rijden naar Arnhem met vier auto’s. Allemaal vrolijk aangekleed suizen we achterelkaar aan over de A12 en komen voorbij de grenspost. Er is verscherpte controle. Henk Velthausz meent dat we nog niet genoeg opvallen en probeert met het trekken van gekke gezichten de aandacht te kunnen trekken bij zijn ex-collega’s. En ja hoor, de achtervolging wordt ingezet, maar onze wagen wordt voorbijgereden en Frans Spanjers moet van de weg af. Onder grote hilariteit en enigszins verlaat komt hij in Klimmendaal aan. Ons optreden wordt zichtbaar gewaardeerd en na het drinken van een biertje gaan we weer naar huis.

Pronkzittingen. Af en toe dweilen we de pauze tijdens de pronkzittingen. Dan moet je zaterdag en zondag aan de bak. Een routineklus, die je zo leuk en laat kunt maken naar eigen wil..

Overige optochten:

Maandag. We verzamelen bij Marcel, we dweilen voor de kinderoptocht uit en lopen deze verkort mee om te eindigen in Heitkamp. Daar doen we de zondag dunnetjes over onder het merendeels lokaal publiek. Onze rondborstige en veel tijd hebbende collega-muzikanten nemen dan wel eens de gelegenheid te baat om iets speciaals te vieren, waardoor het extra gezellig wordt. Na afloop treffen we onze aanhang in de Korenmolen, en doen we ons te goed aan stevige kost. Ook andere groepen doen zoiets, en met al die verklede en vrolijke mensen is er een echte carnavalsfeer. De prins komt er steevast om er onderscheidingen uit te delen. Goed opletten dat hij het juiste briefje opleest. Niet verwonderlijk dat ook hier nog menig deuntje klinkt. Alleen de sterken gaan daarna ‘s-avonds weer de stad in.

Dinsdag. De laatste tijd gaan we hier meer aan doen. Edmond, Henk en Wilfried kwamen met het idee om verkleed te gaan naar een thema. Wat hebben we gehad? De Heino’s en de 70-jaren flower power ban de bom beweging. De foto’s spreken voor zich. We verzamelen bij Wilfried en we lopen de hele rommeloptocht(!), maar met het oog op de kleintjes is deze nooit lang waardoor we gelukkig weer op tijd in Heitkamp kunnen zijn, etcetera. Bij de Peer is het ook goed uit te houden en het is er altijd tjokvol. Spelen gaat daarom met de grootst mogelijke moeite en met de treut richting plafond.

Zeddam. Een week voor ‘s-Heerenberg heeft Zeddam al optocht. Dat is gunstig want je komt alvast in de sfeer en je kunt instudeersels uitproberen. Bij Hotel Engelbarts krijgen we zomaar bier en brood, en na afloop gaan we bij Hotel Aaldering naar binnen. Er heerst daar een hoog Heitkamp gehalte, vandaar dat we er wat langer vertoeven om daarna nog even de feesttent in te gaan, waar een liedjesorganist wel heeft begrepen hoe je met een dweilorkest moet omgaan.

Braamt. Twee weken voor ‘s-Heerenberg is er optocht in Braamt. Omdat bijna alle orkestleden langs de kant stonden te kijken, is maar besloten om mee te gaan lopen. Dat doen we nu een aantal jaren. Waarom het daar altijd koud is me een raadsel. Na afloop snel de feestzaal in en bateren maar. Leuk!

Engagementen:

Wel twee of drie keer per jaar worden we gevraagd om ergens op te treden. Meestal door bekenden van een van de leden, waarbij je kunt rekenen op een hapje en een drankje en soms iets voor de kas, want de muziek moet ergens van gekocht worden.

Hesepe Duitsland. De muur is gevallen. Legeronderdelen worden opgeheven. Het orkest wordt gevraagd bij het opheffingsfeest van de Onderofficiersmess van de 12e Groep Geleide wapens. Er komt ook nog een ander orkest (de 5GGW-kapel). Op voorwaarde dat de reiskosten worden vergoed, dat we er kunnen slapen en ontbijten en verder vrij eten en drinken, gaat het orkest akkoord.
We worden netjes ontvangen en door de keuken naar de feestzaal geloodst. De jeugd onder ons drukt stickers op potten en pannen. Peter Derksen, met zijn lengte, plakt er nog een op een schier onbereikbare balk, die sticker zit daar waarschijnlijk nog steeds. De zaal: mannen bij elkaar pratend over gewichtige dienstaangelegenheden en dergelijke. De vrouwen bij elkaar. Er is van alles om in te nemen, gratis en in overvloed. Weliswaar wordt er redelijk geblazen, maar het andere orkest is beter. Met twee orkesten is er tijd genoeg om te socializen, en dat vinden de vrouwen wel leuk, al die aandacht. Er wordt flink ingenomen. Tegen een uur of half een en na wat gedoe met een jaloerse echtgenoot, gaan we de barak opzoeken, jawel, met zijn vieren op de kamer. Enkelen hebben een nog een juichende omarming met het porselein nodig en zijn uitgeteld. Maar de jeugd heeft er nog geen genoeg van en duikt de stad in. Als ze terugkeren is de poort dicht en moeten ze over het hek klimmen. ‘s-Ochtends worden we wakker gebonsd door Wim Verheggen, die alle deuren afgaat. Na een stevig ontbijt keren we terug naar ‘s-Heerenberg.

Huethum Duitsland. We kregen een invitatie om het einde van het schuttersfeest te komen opvrolijken, want het eigen orkest gaat dan inpakken. Inderdaad, we komen in een tent met lange tafels en banken, het orkest speelt zijn laatste deuntjes en de uitslagen worden bekend gemaakt. Tijd voor een biertje. Dan mogen wij. We bateren de zaal in en merken dat het publiek ons waardeert. We doen extra ons best en de mensen blijven. Intussen begint de organisatie al met opruimwerkzaamheden. Het publiek komt niet meer bij als we de Harrie-mars demonstreren en als we naar buiten willen wegmarcheren, worden we tegengehouden en teruggehaald. Nou vooruit dan maar. Een bejaarde schutter vertelt met tranen in zijn ogen dat hij nog nooit zoiets moois heeft meegemaakt en een vrouwspersoon grijpt een kangoeroe in de kladden en maakt een dansje. Na nog wat aan de theek te hebben gedronken gaan we naar ‘s-Heerenberg. Groots!

Festiviteiten:

Marinus Ebbing houdt nauwkeurig een lijstje bij. Dat is niet echt nodig want een feest overslaan doet een kangoeroe niet. Vele bronzen en zilveren bruiloften zijn er geweest. Er zijn al enigen onder ons die gestopt zijn met werken. We komen op prominente plaatsen. Welk dweilorkest heeft er immers gepeeld in het kasteel van Huis Bergh, of in het Officiers Casino te Soesterberg, of op de Brigade van de Koninklijke Marechaussee in Arnhem?

Maar de mooiste feesten zijn die aan huis worden gegeven, met jong en oud aanwezig en de blagen die zich daartussen vermaken. We hebben het dan liefst over de zomermaanden. Het slachtoffer zorgt dat er voldoende tafels en stoelen zijn en dat de noodzakelijke bestellingen zijn gedaan. Een dag van te voren wordt zijn tuin omgebouwd, de bestelde tap geïnstalleerd en het meubilair geplaatst. Het orkest is welkom van af twee uur. Het verdere verloop is dan ongeveer als volgt. Nadat er is verzameld, ruim op tijd voor de koude en warme hap, komt het orkest musicerend aanmarcheren. Het slachtoffer wordt verder toegeblazen. Er volgen de gebruikelijke felicitaties en de eerste feestelijke consumpties worden genoten. Er volgt het eerste bier en het tweede, waarna het tijd wordt voor het vaste en hooggeprezen sketsje, altijd weer origineel, dat wordt gedaan door het onnavolgbare duo Harrie Peters en John Vermaas. Bij de vijftigers wordt altijd ‘het hangen en het staan’ gebracht.

Verder is het een ongedwongen samenzijn waarin wordt gelachen, genoten, gegeten, gezongen en gespeeld. Geacht wordt dat men zelf zijn bier tapt, maar altijd is er zo’n wezenlijk moment dat de blagen bier gaan tappen en brengen. En dan wat later op de avond, als alle setjes zijn doorgespeeld, krijgen we de fase van de vrije expressie.

In het bijzonder Wilfried Linssen en Harrie Peters beginnen dan met nooit eerder beoefend getiedel, wat overgaat in wat men als jam-sessie zou kunnen betitelen. Of het moet heel mooi klinken of we hebben heel begrijpende buren. En dan nog later worden elkaars instrumenten geleend. Nog geen klachten? We hebben heel begrijpende buren.

Omdat we zo weinig te feesten hebben organiseren we elk jaar zelf nog een barbecue, waarvoor gelapt moet worden. Het verloop is ongeveer als hiervoor beschreven. De laatste keer is hij gehouden bij Coen en Sonja Maertzdorf, waar het dik in orde was.

Vaste optredens:

Kerst
Toen we eenmaal dachten een beetje zuiver te kunnen spelen, en voldoende amazuur hadden ontwikkeld om de hoogste tonen te blazen, is het idee opgekomen om op kerstavond stille nacht, heilige nacht te gaan spelen. Als een muzikaal dwaallicht doen we dan de hele wijk, wat inmiddels zo’n traditie is geworden dat oma’s en opa’s er speciaal voor overkomen, zodat je er met goed fatsoen niet meer mee kunt stoppen. Zorgzame wijkbewoners houden ons vochtgehalte op peil, en Theo heeft eens een keer een gulden in zijn hand gedrukt gekregen, waaruit blijkt dat onze behoeften goed worden ingeschat. En omdat sommigen van ons nog naar de nachtmis moeten kan het niet te laat worden.

Hemelvaartsdag
Naar dit uitstapje wordt het hele jaar uitgekeken, niet in het minst door de muzikanten, want vanouds gaan onze vrouwen, de blagen, de vrienden, kortom de hele aanhang mee. We zien nog voor ons Marcel, op een fiets uit het jaar nul, met zijn dochtertje Loes achterop. Daarna peddelt Loes op haar eigen fietsje mee en nu gaat de verkering al mee. De fiets van Marcel is trouwens inmiddels ingestort.

Een van onze vrouwen zorgt voor het transport van de instrumenten. En dat is meestal Joke. Er is ruimte genoeg, zodat de hele kleintjes ook meekunnen en er eventueel afgewisseld kan worden. Het dauwtrappen begint met het verzamelen bij Marcel en om niet te overdrijven in de vroegte van het uur trappen we om half tien weg richting de eerste stop. Daar verheugt zich de uitbater van het Klaphek, een gelegenheid te Stokkum vermaard door ons optreden, in het hoge aantal afstappers op Hemelvaartsdag. We spelen enige prettig in het gehoor liggende melodieën, zoals ‘O Donna Clara’ en de ‘Festwies Polka’, en brengen onze vrouwen ten gehore welke nieuwe melodieën na het Carnaval zijn ingestudeerd. En zij geven dan hun commentaren. Van de koffie met appelgebak en de eerste dauwtraptapbiertjes wordt geproefd en na een uurtje of zo zet de tocht zich voort naar Elten.

Er is daar al van alles aan de gang op het gebied van volksvermaak. Op het plein zijn lange tafels met banken en daar nemen we plaats achter een paar stevige Duitse pinten, en rusten er verder uit. Goed uitgerust zijn is nodig omdat een lange ‘strecke’ voor ons ligt richting Babbberich. In het begin is dat verwaarloosd door een van de cafés binnengegaan. De kans is groot dat je er niet
meer weg komt, door de pilsjes die naar je toe komen varen van de kaart raakt en dientengevolge de inzet van instrumentenwagen dient te worden verruimd.

Dus tegenwoordig fietsen we uitgerust naar een eeuwenoude uitspanning genaamd Huis Aan de Dijk. Deze wordt geleid door een lieverd van een vrouw. Zo eentje waarvoor ‘Kom in mien Erm’ persoonlijk is geschreven. Het fijne weet ik er niet van, maar zij zou een jeugdvlam zijn van een van de orkestleden. Hoe het ook zit, we worden daar in de watten gelegd. Speciaal voor ons is er een grote pan soep gemaakt en zijn er salades gemaakt en kan er gegeten worden en ook van de blagen zijn er geen klachten. En ook de rekening is nooit hoog. Het spreekt vanzelf dat we erg ons best doen, zowel binnen als buiten met onze muziek en merken dat ons optreden in de smaak valt.
Als we na dit middeleeuwse festijn weer de fietsen opzoeken is ieder tevreden. Voor de terugtocht, het Montferlandmassief in acht nemend, heeft Cor een verkorte route uitgezocht met een minimale klim. Deze voert over dijkjes, achterweggetjes en een gedeelte smal bospad. Aldus modder en braamstruiken ontwijkend voert de weg weer door Stokkum naar het laatste trefpunt De Snor, waar we tegen zessen ontbinden. De hele sterken…….

De Vierdaagse
Marinus werkt in Malden en kent de weg erheen en ter plaatse goed. We besluiten de Vierdaagse te gaan opluisteren. Het is vakantietijd en met een kleine bezetting, en aanvulling van bijvoorbeeld Tied Zat zijn er voldoende muzikanten. De aanhang gaat ook mee. Klapstoelen mee. Proviand mee. We gaan met meerdere wagens en met Marinus voorop, die er ieder jaar weer een paar weet af te schudden. Dat is overigens makkelijk genoeg want onder ons schuilen een paar uilskuikens bij wie richtingsgevoel en andere eigenschappen ontbreken om efficiënt over de weg te kunnen navigeren. Voor deze dag hebben we uiteraard speciaal gerepeteerd op ‘De vierdaagse mars’, en verder ‘The longest day’ en ‘It’s a long way to tiparairy’. Wandelaars en publiek waarderen onze aanwezigheid en plaatsgenoot wandelaars rekenen al op onze aanwezigheid. Marinus maakt ongetwijfeld een diepe indruk bij een Bobby die achter is geraakt en waar hij naast gaat lopen en vervolgens ‘You never walk alone’ speelt. We blijven tot de bezemwagen voorbij is. De route biedt een verlaten indruk, met her en der achtergelaten driezits banken. Waarop Frans Spanjers en Francis Velthausz de banken in diverse standen beproeven op hun bruikbaarheid.

De uitstapjes:

Uitstapjes moeten georganiseerd worden. Wim Verheggen en Gerrit Giezenaar konden dat. En Gerrit zat daar goed voor bij de Rabobank. Hoogtepunten waren Siegen in ’91 en Harlingen in ‘94. Siegen, perfect georganiseerd, goed eten en drinken, eerste klas hotel. Aan cultuur werd het nodige gedaan met een bezoek aan het Oberes Schloss, het stamslot van het huis Nassau, In Siegen kon weliswaar niet overal zo maar gespeeld worden. Maar op de weg terug op een rondvaartboot op een spiegelende Biggesee meertje kon dat wel. Passagiers en wij genoten. Prachtig!

Harlingen, Zeezicht, een oud-hollands hotel bij de ophaalbrug. Een uitstapje op de boot naar Vlieland. Muziek maken op de Waddenzee. Fietsen door de duinen en bezichtigingen. Terug naar huis eerst nog lans bij het Jopie Huisman Museum in Workum en afscheidsdiner in Beek in Hotel/Restaurant de Zonneheuvel.

Later zijn Frans, Tieme, Marinus en Edmond zich gaan bezighouden met de uitstapjes. En zijn er reizen geweest naar Ameland, de Moezel, en zelfs op wintersport in de Alpen.
In de uitstapjes wordt het culturele element nooit vergeten, want anders zijn onze dames niet tevreden. Maar het mooiste vinden we als we onze klanken kunnen laten horen op nooit eerder bezochte plaatsen. Dat pindarestaurant ergens verder in de achterhoek, in Miste. Instrumenten mee, maar de groep kon niet dicht bij elkaar zitten en door een misverstand begon elke groep met een ander nummer. Later nog eens naar Ameland op een spiegelende Waddenzee op weg naar de robbenbanken, toen het van de schipper mocht. En wat te denken van de beroemde Kangoeroemars te Hollum onder leiding van Edmond, op die kermisnacht. Uniek.
En dan als laatste de Festwies Polka in die stille en ijle lucht op een wijngaardberg aan de Moezel bij Nittel.
Het wordt tijd dat we onze hoofdstad gaan veroveren!

En ook die droom is vervuld!
Het is nu 2011 en via onze rijke connecties wordt het Kangoeroe Dweilorkest gevraagd om in te vallen voor het jaarlijkse evenement “Schuitje varen”, waar het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis ieder jaar mensen met een bepaalde ziekte in het zonnetje zetten. Dit doen ze door een rondvaart door de grachten van Amsterdam te organiseren en natuurlijk moet dit worden afgemaakt door een mooi stukje muziek. Dat is natuurlijk een geweldige ervaring en ook langs de kant kwam veel bekijks!

Concoursen:

We kennen onze zwakke punten. We bewegen te weinig. Niet altijd zuiver. Niet strak genoeg. Te zacht. De dynamiek. Dat weerhoudt ons niet af en toe aan een concours deel te nemen. Bemoedigend is dat onze klankkleur wordt gewaardeerd. En je ziet eens hoe andere orkesten het doen. Je steekt er altijd wat van op en daarnaast is het een oergezellig feest daar in Oldenzaal. Vooral tegen het eind als alle deelnemers spontaan gaan samenspelen. Zoiets maak je alleen dan mee.

Gaandeweg is het idee ontstaan om in ‘s-Heerenberg een eigen concours te organiseren. Hulde aan Wilfried Linssen, Tieme Boers en Edmond Velthausz die de afgelopen vijf jaar de kar hebben getrokken om het Oranje Treut Festijn te organiseren, waarbij zich menig kangoeroe zich de blaren op de handen heeft gewerkt bij het inrichten van de markt en de overige opstelplaatsen.

Toen Harrie Peters besloot om met zijn caranavalsschepping ‘As ow wiegske’ mee te dingen naar de optimaal FM-trofee voor achterhoekse carnavalskrakers en we vervolgens hoorden dat we waren genomineerd en op carnavalszondag via de radio hoorden dat we gewonnen hadden en dat we als de bliksem naar de studio moesten komen, hebben we toch onbedoeld eens een prijs gewonnen. We zijn er natuurlijk trots op.

CD:

Het moest er eens van komen. De eerste ‘Woar ouw wiegske het gestaan” naar aanleiding van ons optreden in 2001 op de pronkzitting. Het jaar daarop de tweede met een toepasselijke uitbreiding van het Kump allemaol goed en de Kangoeroe tune.

Daar was zang voor nodig, en laten we niet bescheiden zijn, want er wordt niet slecht gezongen door de leden van ons orkest. Kennelijk heeft onze muziek een sturende werking op onze stembanden, waardoor er redelijk zuiver wordt gezongen, en zelfs een aardige tweestemmige samenzang hoorbaar kan zijn. We hebben dat kunnen constateren bij het zingen van ‘Warum ist es am Rhein so schoen?’ en andere gezangen die op bepaalde momenten zo graag worden ingezet. Niemand zal het daarom in twijfel durven trekken dat Antoine Bosch en Erik Meuleman en John Vermaas een prima keuze waren bij het vertolken van de eerste liedjes.

Gelukkig hebben we aan de productiekant Edmond Velthausz, Marcel de Roo, Frans Spanjers, Tieme Boers en Harrie Peters geweten om de CD tot een acceptabel geheel te leiden. De studio van Huub Alofs, met zijn sympathieke aanwijzingen is daarbij een goed adres gebleken. De productie van onze derde (jubileums) CD is ook afgerond en de schijfjes vliegen deur uit.

De jeugd (toen):

De jeugd is natuurlijk zijn weg gegaan. De jongmamnnen van toen onder de twintig, moeten thans met een leeftijd van rond de vijfendertig, in de categorie brave huisvaders gaan vallen. Wie waren zij ook al weer. We gaan het kringetje linksom rond op de Driekoningen, te beginnen bij:
Ronald ten Kleij. Zoon van oprichter Gerrit ten Kleij. Trommelaar van het eerste uur.

Jean-Pierre Scholten. Saxofonist van het eerste uur. Tijdens carnaval nog regelmatig te signaleren bij het orkest (met instrument).
Patrick Ebbing. Zoon van Marinus Ebbing. Trompet, vaak optredend in fantasierijke uitdossingen.
Frank van der Wiel. Zoon van medeoprichter Cor van der Wiel. Hoorn, blies er lustig een tweede stemmetje op los.
Marc Beldman. Zoon van Wim Beldman. Trommel, verzorger van een stevige roffel.
Peter Duckers. Trombone, fluoriserent gespoten, produceerde ongehoorde knettergeluiden.
Danny Duckers. Vaandeldrager, wist zich vooroplopend te onderscheiden door fier draagwerk.
Peter en Danny, muzikanten van het eerste uur, zijn zoons van medeoprichter Henny Duckers.
Peter Derksen. Klarinettist van het eerste uur. Zoon van oprichter en dirigent Theo Derksen, Sax, ving ook vliegen met de deksels.
Henk-Jan Koopmans. Zoon van medeoprichter, secretaris/penningmeester Henk Koopmans. Trombone, stond garant voor serieus blaaswerk.
Fred Johannes, bevriend met Marc Beldman. Sax, tijdens carnaval regelmatig te signaleren bij het orkest (zonder instrument).

De aanhang:

Onze trouwste maar ook meest kritische gehoor zijn onze vrouwen. Zij willen precies geïnformeerd blijven over alle zaken het orkest betreffende en voorzien ons gevraagd en ongevraagd van commentaar. Zij steken voor ons de handen uit de mouwen, zijn gastvrouw en chauffeur en je kunt altijd op ze rekenen. Sommigen zijn zelf begonnen met muziek maken.

Christa en Harrie, beiden lid, vormen uiteraard wederzijds elkaars aanhang. En dat Christa lid is heeft als bijkomend voordeel, dat de keerls zich blijven gedragen omdat er nu eenmaal een vrouw bij is. Onze aanhang heeft zwaar de hand gehad in de vervaardiging van onze kleding, zij kent onze maten en andere onvermoede details, waardoor het loerende gevaar van kledingverwisseling er niet is. En waar het de muziek aangaat vinden zij alles mooi mits je er maar op kunt inhaken of je moet er de polonaise op kunnen lopen. De overige muziek wordt daarentegen zeer kritisch beoordeeld.

Eigenlijk kun je de blagen ook best tot de aanhang rekenen. En er was in die 22 jaar regelmatig nachwuchs, dus velen hebben kunnen genieten van het erbij mogen zijn. Een ervaring waar zij in hun verdere leven met veel genoegen op terug kunnen zien.

Volg ons op facebook!

Recente Facebook activiteit

Volg ons op twitter

Twitter response: "Bad Authentication data."